Wederopbouw
In het begin was het dijkherstel nog geheel in handen van soldaten en
vrijwilligers. Maar al gauw zorgde de regering ervoor dat het herstel
vakkundig werd aangepakt. Rijkswaterstaat kreeg de leiding over het
dijkherstel. De regering zou alle kosten om de zeedijken te herstellen voor
haar rekening nemen. De dijken moesten hoger en breder worden.
Veel bedrijven werden ingeschakeld om de dijken zo snel mogelijk veilig
te maken. Er was haast geboden, voor 1 oktober 1953 moesten de dijken klaar
zijn. Hulp kwam overal vandaan, ook uit het buitenland. In het
rampgebied verschenen allerlei machines. Honderden mensen werden ingeschakeld bij het
werk aan de dijken.
Naast draglines werden er ook paarden gebruikt.
Zij trapten de klei aan.
(Delta Video produkties)
Vrachtwagen (Caissonmuseum
Ouwerkerk)
Dragline (Caissonmuseum Ouwerkerk)
Bulldozer (Caissonmuseum Ouwerkerk)
Locomotief met kiepkarren
(Caissonmuseum Ouwerkerk)
Bulldozers bij Herkingen bezig met de aanleg van de nieuwe
dijk.
Kranen aan de dijk tussen Herkingen en
Oude-Tonge.
Kranen aan het werk op Schouwen
Zand in plaats van klei?
Op Goeree-Overflakkee was onvoldoende goede klei aanwezig om de nieuwe dijken mee aan te
leggen. Gekozen werd voor twee asfaltdijken. De
eerste dijk van zo'n vier kilometer lengte liep van de
haven van Middelharnis langs de van Pallandtpolder
richting Stad aan 't Haringvliet. De tweede dijk met een
lengte van 18 kilometer liep van Herkingen naar
Sluishaven, dichtbij Ooltgensplaat. Er werden twee
kades gemaakt waartussen zand werd gespoten. De dijkwerkers
hadden schotten en zorgden ervoor dat de stroom van zand
en water op de goede plek terechtkwam. Later werden de dijken van zand
bekleedt met
lagen asfalt.
Het zand werd werd door een aantal zandzuigers waaronder
de "Ahoy" aangeleverd.
Tussen twee dijken van klei
werd zand opgespoten
Archief
waterschap Goeree-Overflakkee
Bulldozers zorgen voor de kades
Dijkwerkers met schotten
De zandzuiger "Ahoy"
Het aanbrengen van asfalt
op de zanddijk
Asfaltmenginstallaties bij
de Hoek van St. Jacob bij Oude-Tonge.
Hier werd 7000 ton asfalt per week gemaakt.
Werken aan het talud van de asfaltdijk
Asfaltdijk bij
Sluishaven (Ooltgensplaat)
Asfaltdijk tussen Middelharnis en
Stad aan 't Haringvliet
Schip voor het storten van stortsteen
Belgische kraan in
Herkingen
Kort na de oorlog wilde Duitsland zich ook
van haar beste kant laten zien.
Hier hulp uit Saarland in Klundert
Duitse hulp bij Oude-Tonge, de oude vijand
werd een vriend.
Duitse schippers helpen ook
Dijkwerkers en bedrijven verdienden veel geld.
Veel bedrijven en mensen maakten misbruik van de situatie, omdat er weinig
controle was. Sommige dijkwerkers kregen loon van 2 aannemers. Ze "konden"
werken aan twee dijken tegelijk. De ene dag werkten ze aan de ene dijk, de
ander dag aan de andere. Anderen gaven veel meer uren op dan ze in werkelijkheid
gewerkt hadden.
Ook aannemers profiteerden van de situatie. Ze kregen 18 % meer dan de loonkosten
en 8 % meer op de materiaalkosten. Aan elke dijkwerker en aan
elke machine werd op die manier veel geld verdiend. Het maakte voor de aannemer
geen verschil
of de machines gebruikt werden. Ze kregen ook betaald voor
machines en dijkwerkers die niet werkten.
Vrachtwagens en dijkwerkers
bij Oude-Tonge
Nadat de polders droog waren werd
begonnen met het ontzilten van de grond en herinrichting van de polders. Na
de Deltawet spreken we van Deltahoogte, een dijkhoogte die een herhaling van
de februariramp moet voorkomen.
Het verschil in dijkhoogte
is op deze foto duidelijk te zien. Op de voorgrond de oude
dijk nabij Heerenkeet (Serooskerke), erachter de nieuwe
dijk.
Werken aan de binnendijken bij Nieuwe-Tonge
Naast paarden werden moderne machines
gebruikt.
F
Ook in duingebieden was de
zeewering te laag. Bij het Flauwewerk in Ouddorp werd een
asfaltdijk achter de duinen aangelegd.
Inwoners van Ouwerkerk en
Nieuwerkerk vonden tijdelijk onderdak in ruim 100
gezinsbarakken op het Beyersdijkje nabij Zierikzee
Na de ramp hernam het dagelijks leven z'n gang
Gekwelde grond
Op Schouwen had de grond lang onder het zoute water
gestaan.Door eb en vloed was zand binnengestroomd. Het
zand werd afgegraven of door diep te spitten vermengd met
kleigrond.
Op de slechtste stukjes grond werd klei gestort. Uit de
Welplaat onder Rotterdam werd 35.000 kubieke meter
kleigrond aangevoerd.
Door het zout was de grond voor de boeren onbruikbaar
geworden. Zoute grond laat geen regenwater door en is
bijna niet te bewerken. Door gips op het land te brengen,
werden de zoutdeeltjes verdreven en werd de grond weer
kruimelig.
Op de foto een gipsstrooier
Bomen
Na de ramp werden op Schouwen-Duiveland veel bomen
geplant.
Alhoewel herstel en wederopbouw voorspoedig verliepen zou het nog jaren
duren voordat de getroffenen de materiële gevolgen van de ramp te boven
waren. Persoonlijke verliezen waren een blijvende wond en voor velen was de
ramp een traumatische ervaring. Ondanks de Deltawerken zou de angst
voor het water en de storm velen tot op de dag van vandaag bijblijven.
Na de ramp werden nieuwe
sluizen gebouwd.
Herkingen
Sluis bij Stad aan 't
Haringvliet gezien vanaf het water