Vanaf het allereerste moment waren leden van het
koninklijk huis betrokken bij de ramp. Koningin Juliana en Prinses
Wilhelmina bezochten al in de eerste dagen op verschillende plaatsen
evacués.
Prins Bernard bezocht na zijn terugkeer uit Amerika op 4 februari per helikopter verschillende rampplaatsen en werd
voorzitter van het rampenfonds. Op zondag 8 februari, de nationale dag van
rouw en bezinning sprak koningin Juliana in een radiorede over de ramp. De
slotzin luidde: "Waar leed is, is zegen nabij."
Kroonprinses Beatrix schonk de fiets die zij had gekregen voor haar
verjaardag aan het Rode Kruis. Het koninklijk jacht de Piet Hein werd
hospitaalschip. Op de paleizen Soestdijk en het Loo werden evacués
ondergebracht.
Na de ramp zou onze vorstin veel plaatsen bezoeken. Ook in de
troonrede van 1953 werd aandacht besteed aan de ramp. Op paleis Soestdijk
werden verschillende delegaties uit het rampgebied ontvangen.
De pers besteedde veel
aandacht aan de bezoeken van leden van het Koninklijk Huis
Het gebaar van Prinses Beatrix was kenmerkend
voor de betrokkenheid van het Koninklijk Huis
Op 9 februari bezocht koningin Juliana Willemstad
Prins Bernard werd voorzitter van het Rampenfonds
Koningin Juliana werd
tijdens haar bezoeken op de voet gevolgd
Koningin Juliana bezoekt Stellendam
Juliana bezocht ook 's Gravendeel
Ook Prins Bernard bezocht het dorp in de
Hoekse Waard
De koningin laat zich informeren
Bij haar bezoek aan Nieuwe-Tonge op 21 juni 1954
reikte de vorstin gereedschap uit aan boeren
Juliana op bezoek in
Herkingen
Er was veel belangstelling
toen Prins Bernard in Sommelsdijk landde met zijn
helikopter
Ontvangst van
rampslachtoffers op paleis Soestdijk
In de troonrede van
september 1953 werd vanzelfsprekend aandacht geschonken
aan de ramp. Een zin die koningin Juliana toen uitsprak
werd later aangebracht op de sluitcaissons in Ouwerkerk en
Serooskerke.
In de worsteling om een snel herstel van de
waterkeringen
zijn de beste tradities van ons volk gehandhaafd
(troonrede 1953)