De achterblijvers
Na de ramp moesten de meeste mensen het rampgebied tijdelijk verlaten. Er
viel nauwelijks te leven en te wonen. De
achterblijvers waren over het algemeen mensen met een eigen bedrijfje. Ze waren bang om hun spullen zomaar achter te laten. Anderen voelden
zich geroepen om in het rampgebied te blijven en daar aan het werk te gaan.
Allerlei mensen kwamen naar het rampgebied om te helpen
met de wederopbouw. Vanuit het hele land kwamen politieagenten om verlaten
woningen te bewaken.
Er was veel te doen:
1. Zoeken naar slachtoffers.
2. Opruimen van dode dieren.
3. Opruimen van wrakhout en rommel
4. Het schoonmaken van de huizen. (Modderen)
De mensen die achter bleven beleefden dag in dag
uit grote verschillen. Ze leidden een leven van
hard werken, onvoorstelbaar leed zien en woonden onder slechte
omstandigheden. Het harde dagelijks leven werd afgewisseld met veel drinken
en plezier maken. Dit werd door de plaatselijke bevolking niet altijd goed
begrepen.
Soldaten aan het werk in Oude-Tonge
Zoeken naar
slachtoffers in 's Gravendeel
Zoeken naar slachtoffers
Opruimen van cadavers
Eerst
het grove werk ('s Gravendeel)
Houtafval in Oude-Tonge (foto boven en onder)
Hulp van buitenaf was
onmisbaar
Modderen
Na de noodhulp werd begonnen met het schoonmaken van de
huizen en andere gebouwen. Uit heel Nederland stroomden
vrijwilligers toe om woningen en gebouwen schoon te maken.
Het schoonmaken werd modderen genoemd en de groepen
vrijwilligers modderploegen.
<< De modderlaag in Stellendam
Voorstraat Stellendam
Brandweerploegen hielpen om het water uit de huizen te
pompen.
Het schoonmaken leek onbegonnen werk.
Schoonmaakploegen hielden
de moed er in (Oude-tonge)
Schoonmaakploegen werden
soms ondergebracht in schepen (Middelharnis)
Deze boot lag in de haven van Middelharnis. De meisjes
werkten in Herkingen.
Vele handen maken licht
werk ('s Gravendeel)
Veel gezinnen hadden hulp
nodig. De gezinscollones deden wat ze konden.
Eerst piepers halen
Dan piepers jassen (Nieuwe-Tonge)
Het was gezellig onder
elkaar. (Nieuwe-Tonge)
De achterblijvers namen ook
tijd voor ontspanning. (Nieuwerkerk)
Werkploeg in Ooltgensplaat
Er was ook nog tijd om een
foto te nemen (Ooltgensplaat)
Noodtoestand
In het rampgebied was de noodtoestand uitgeroepen. Dit
betekende dat je niet overal kon gaan en staan waar je
maar wilde. Je mocht 's avonds niet buiten zijn dat heette
de avondklok. Om het gebied te verlaten of in te komen had
je een vergunning nodig. Dit was nodig om diefstal tegen
te gaan.
Op maandag 2 februari werd
deze maatregel in Kortgene bekendgemaakt
Toestemming om het eiland
te verlaten
Verzoek om op het eiland te
komen.
Zonder toestemming van de
gemeente mocht je niet naar je eigen huis. Het stempel
maakte het stukje papier tot een officieel document.
Politiebegeleiding
Wie bij zijn huis wilde gaan kijken
kreeg altijd een politieagent mee. Er waren helaas ook rovers in het
rampgebied actief.
De familie Terhoeve uit Oude-Tonge met agent Korevaar.
Een borreltje deed de mens goed.
Een soldaat in
Ooltgensplaat
De burgemeester werd overstelpt met verzoeken van bewoners
die hun eigen huis wilden bezoeken. Het antwoord was
meestal negatief.
Een verzoek om in het huis
te mogen kijken
Ook dijkwerkers hadden een
vergunning nodig (De avondklok wordt genoemd)
Na het schoonmaken begon
men langzamerhand met de wederopbouw.
De geëvacueerden kregen een
brief waarin stond dat ze terug mochten komen. Ze werden
wel attent gemaakt op de leefomstandigheden. Zoals
drinkwater en schade aan meubilair.