(c) On'wijs 2003

 algemeen   achterblijvers   woningen

De achterblijvers
Na de ramp moesten de meeste mensen het rampgebied tijdelijk verlaten. Er viel nauwelijks te leven en te wonen. De achterblijvers waren over het algemeen mensen met een eigen bedrijfje. Ze waren bang om hun spullen zomaar achter te laten. Anderen voelden zich geroepen om in het rampgebied te blijven en daar aan het werk te gaan.
Allerlei mensen kwamen naar het rampgebied om te helpen met de wederopbouw.  Vanuit het hele land kwamen politieagenten om verlaten woningen te bewaken.

Er was veel te doen:
1. Zoeken naar slachtoffers.
2. Opruimen van dode dieren.
3. Opruimen van wrakhout en rommel
4. Het schoonmaken van de huizen. (Modderen)
 
De mensen die achter bleven beleefden dag in dag uit grote verschillen. Ze leidden een leven van hard werken, onvoorstelbaar leed zien en woonden onder slechte omstandigheden. Het harde dagelijks leven werd afgewisseld met veel drinken en plezier maken. Dit werd door de plaatselijke bevolking niet altijd goed begrepen.
 
Soldaten aan het werk in Oude-Tonge Zoeken naar  slachtoffers in 's Gravendeel
Zoeken naar slachtoffers


Opruimen van cadavers

Eerst het grove werk ('s Gravendeel)

Houtafval in Oude-Tonge (foto boven en onder)

Hulp van buitenaf was onmisbaar 

Modderen
Na de noodhulp werd begonnen met het schoonmaken van de huizen en andere gebouwen. Uit heel Nederland stroomden vrijwilligers toe om woningen en gebouwen schoon te maken. Het schoonmaken werd modderen genoemd en de groepen vrijwilligers modderploegen.


<< De modderlaag in Stellendam
Voorstraat Stellendam
Brandweerploegen hielpen om het water uit de huizen te pompen.



Het schoonmaken leek onbegonnen werk.
Schoonmaakploegen hielden de moed er in (Oude-tonge)
Schoonmaakploegen werden soms ondergebracht in schepen (Middelharnis)
Deze boot lag in de haven van Middelharnis. De meisjes werkten in Herkingen.
 
Vele handen maken licht werk ('s Gravendeel)

Veel gezinnen hadden hulp nodig. De gezinscollones deden wat ze konden.
 

Eerst piepers halen
Dan piepers jassen (Nieuwe-Tonge)
Het was gezellig onder elkaar. (Nieuwe-Tonge)



De achterblijvers namen ook tijd voor ontspanning. (Nieuwerkerk)
Werkploeg in Ooltgensplaat
Er was ook nog tijd om een foto te nemen   (Ooltgensplaat)
Noodtoestand
In het rampgebied was de noodtoestand uitgeroepen. Dit betekende dat je niet overal kon gaan en staan waar je maar wilde. Je mocht 's avonds niet buiten zijn dat heette de avondklok. Om het gebied te verlaten of in te komen had je een vergunning nodig. Dit was nodig om diefstal tegen te gaan.
Op maandag 2 februari werd deze maatregel in Kortgene bekendgemaakt
Toestemming om het eiland te verlaten
Verzoek om op het eiland te komen.
Zonder toestemming van de gemeente mocht je niet naar je eigen huis. Het stempel maakte het stukje papier tot een officieel document.
Politiebegeleiding
Wie bij zijn huis wilde gaan kijken kreeg altijd een politieagent mee. Er waren helaas ook rovers in het rampgebied actief.

De familie Terhoeve uit Oude-Tonge met agent Korevaar.
Een borreltje deed de mens goed.

Een soldaat in Ooltgensplaat

De burgemeester werd overstelpt met verzoeken van bewoners die hun eigen huis wilden bezoeken. Het antwoord was meestal negatief.
Een verzoek om in het huis te mogen kijken
Ook dijkwerkers hadden een vergunning nodig (De avondklok wordt genoemd)
 
Na het schoonmaken begon men langzamerhand met de wederopbouw.
De geŽvacueerden kregen een brief waarin stond dat ze terug mochten komen. Ze werden wel attent gemaakt op de leefomstandigheden. Zoals drinkwater en schade aan meubilair.