Adoptie De getroffen dorpen kregen rechtstreeks hulp van Nederlandse
gemeenten. Dit wordt adoptiehulp genoemd. Bij adoptie gaat iemand anders
voor je zorgen. Deze vorm van hulpverlening was duidelijk herkenbaar maar er
was onvoldoende zicht op de goederenstroom. Er werd hulp gegeven in de vorm
van brandweerhulp en stratenmakers maar ook spullen als glas, zeep, bier en
limonade werden vanuit verschillende gemeenten naar de dorpen in het
rampgebied gestuurd.
De stad Leiden adopteerde het dorp Nieuwe-Tonge
Haarlem organiseert concert voor Oude-Tonge
Een voorbeeld van adoptiehulp in Middelharnis
De adoptiegemeenten gaven geld om verenigingsgebouwen,
dorpshuizen en scholen te herstellen of te bouwen. Ook kerkgebouwen werden
hersteld, de graven van de slachtoffers werden van stenen zerken voorzien en
op begraafplaatsen werden monumenten geplaatst.
In Nieuwerkerk en Ouwerkerk werden de houten
kruisen vervangen door grafstenen.
Mari Andriessen ontwierp voor beide kerkhoven een monument. (Zie heden>>
Monumenten Zeeland)
Adoptiegemeenten schonken praktische
spullen, zoals brandweerpakken.
Ook het Duitse plaatsje Benheim gaf
adoptiehulp aan Sint Philipsland.
Op deze gehavende steen staat Watersnood 1953. (streekmuseum Sint. Annaland)
Ondanks de beste bedoelingen was het aantal gemeenten hulp gaf aan één dorp
soms wat groot.
De vissers van Stellendam kregen directe hulp
van Den Haag
De adoptiehulp ging buiten het Rampenfonds om. Achteraf werd
duidelijk dat het geld dat direct naar de gemeenten ging niet altijd op de
juiste plek terechtkwam. Soms werd het geld via de gemeente op een
privé-rekening gestort. De besteding laat zich raden. Het kwam in ieder
geval niet terecht bij de slachtoffers van de ramp.
De adoptiehulp werd zeer op prijs gesteld. De
waardering blijkt o.a. uit kerkramen waarin de wapens van de
adoptiegemeenten staan.