| |
|
 |
In deze animatie zie je alle
oorzaken van de extreme waterstand tijdens de ramp.
De stormvloed verhoogde de ebstand, hierover heen kwam nog
de verhoging door de vloed en de springvloed.
|
|
Bij de stormramp van 1953 waren er 4 zaken bepalend voor de hoge waterstand: |
|
a. |
Noordwesterstorm
Een noordwesterstorm met orkaankracht. De wind stond precies op onze kust.
Het had al eens harder gestormd. De gemiddelde windkracht lag tussen 8 en
9 met uitschieters naar windkracht 11. |
|
b. |
Stormvloed
Doordat de wind
zo'n 23 uur aanhield ontstond er een stormvloed. Het water werd door
de wind zo sterk opgestuwd, dat het water bij eb al hoger kwam dan bij een
normale vloed.
Dit was de hoofdoorzaak van de
extreem hoge waterstand. |
|
c. |
Springtij
Het werd ook nog springtij.
De vloed is dan hoger dan normaal.
(Gelukkig was deze niet
bijzonder hoog) |
|
d. |
Trechtervorm
Het water kon moeilijk weg. De
Noordzee vormt een soort trechter die uitmondt bij "Het Kanaal"
het smalle deel van de Noordzee tussen Engeland en Frankrijk. |
| |
|
| |
Geluk
De
waterstand in de rivieren was laag, anders was het nog erger geweest. |
|
|
 |
|
a. animatie van het verloop van het lage druk gebied
Je ziet in de
animatie hoe de Noordwesterstorm zich ontwikkelde. De wind blaast het water precies
op onze kust.
Er waren windstoten van 144 km per uur bij.
Ook in Engeland en Vlaanderen
liet de storm zijn sporen na.
|