De dijken waren te laag en te
smal. Ze waren soms maar 1,5 meter breed, daarom werden ze
ook wel kattenruggen genoemd. Als je er met hoog water op liep voelde je ze bewegen.
Toen op 7 april 1943 het water extreem hoog stond waren kilometers dijk te laag. Het water
stond toen een paar decimeter lager dan bij de
overstroming in 1906.
In 1939 werd een Stormvloedcommissie ingesteld door de
minister van Verkeer en Waterstaat. Zij moest onderzoeken
welke stormvloedstanden langs de Nederlandse kust verwacht
konden worden.
In augustus 1940 rapporteerden zij dat Nederland zich
moest voorbereiden op een stormvloed van 4 meter boven
N.A.P. bij Hoek van Holland. In de rampnacht steeg het
water bij Hoek van Holland tot 3,85 meter boven N.A.P.,
dit was 15 centimeter lager dan de voorspelde hoogte
in 1939!
In 1944 volgde er weer een rapport. Kilometers dijk zullen
bij een stormvloed overstromen. Het water zal dan zo'n 60 tot 80 centimeter
hoog over de dijken stromen. Bij Stavenisse is op één plek het hoogte-tekort niet
minder dan 1,8 meter! In de rampnacht zal deze
dijk over een lengte van 1800 meter breken.
Dhr. Kreeft uit Oude-Tonge vertelt over hoog water ver voor de ramp.
Zwakke dijken
De dijken zijn niet alleen te laag en te smal, ze zijn ook te steil en
slecht van samenstelling. In de dijken was veel zand verwerkt in plaats van
klei en een goede afdeklaag ontbrak.
Een goede dijk is gemaakt van klei, loopt schuin af en heeft een sterk
talud. Dat wil zeggen dat de dijk aan de buitenzijde is bekleed met steen of
asfalt.
Tijdens de ramp sloeg het water over de dijken heen, daardoor werden ze aan
de zwakke binnenkant uitgehold. Dit leidde uiteindelijk tot dijkval of
dijkbreuk. Soms kwam de dijk over een lengte van tientallen meters in
beweging en stortte in. Vloedgolven hadden daarna vrij spel.
Tekening van de doorsnee
van een dijk voor en na de ramp.
Dijkval nabij Serooskerke,
de binnenzijde is aangetast door het water.
Dieren
Mollen en konijnen tastten de stevigheid van de dijken
aan. Ook koeien die altijd het zelfde pad liepen droegen
bij tot de zwakte van de dijk. Bovendien werden aan
onderhoud en aanleg te weinig aandacht besteed.
Oorlogsschade
De Duitsers ondermijnden de
dijken door er bunkers in te bouwen.
Na de ramp werden de bunkers gesloopt. Bunker omgeving
Goedereede.
In het laatste oorlogsjaar
(1944) zetten de Duitsers grote delen van het westen van
ons land onder water. Deze inundatie tastte de binnen- en
de buitendijken aan. De bezetters sloegen ook palen in de
dijken en groeven mangaten.
Gaten in een binnendijk tussen Oude-Tonge en Stad aan 't
Haringvliet (1944)
Moderne dijken Moderne dijken worden in vergelijking met de dijken
van voor de ramp heel wat steviger uitgevoerd.
Ze hebben een sterk talud. Ze zijn breder. Ze bevatten
voldoende kleilagen en zijn breed.
Moderne dijk bij Bath aan
de Westerschelde.
De dijken van nu zijn niet te
vergelijken met de dijken van vroeger.
In het plaatje zijn de verschillende lagen en het sterke
talud te zien.