De directe gevolgen van de ramp waren enorm, 100.000
personen moesten het gebied verlaten. Ze werden meestal per schip
naar een opvangcentrum gebracht. Dit waren meestal grote hallen waar ze
warme kleren, eten en drinken kregen. De stroom vluchtelingen hield de
hele week aan. Dit noemen we evacueren. Vooral grote steden namen veel
evacués op en er werd geprobeerd zo dicht mogelijk bij het eigen woongebied
te blijven.
In Middelharnis werden mensen met bootjes uit hun huizen gehaald.
Een trieste tocht op de fiets (Nieuwerkerk)
Mensen vluchtten halsoverkop uit hun dorp (Wolphaartsdijk)
Vaartuigen waren er niet genoeg (Ellewoutsdijk)
Steigers in Oudelande
Met paard en wagen kon het ook (Middelharnis)
Kort bericht over de situatie in Oude-Tonge
In dit mededelingenblad werd aandacht
geschonken aan de ramp
Gedurende de hele week werden mensen
geëvacueerd.(Wolphaartsdijk)
Mensen namen de meest noodzakelijke
spullen mee. (Herkingen Middelharnis)
Evacués in Middelharnis
Evacués in Den Bommel
Vanuit de haven van Zierikzee werden
bewoners van heel Schouwen geëvacueerd.
Evacués uit Nieuwerkerk in het ruim van
een schip
De administratie van de geëvacueerden
was een enorme klus
De hulp aan évacuees bestond uit geld
en kleding. Ook het opvangadres (kwartiergever) kreeg een vergoeding.
Na de eerste opvang werden de vluchtelingen voor korte (enkele
weken of maanden) of voor een lange tijd (een jaar of langer) bij een
familie ondergebracht. Duizenden gezinnen hadden zich spontaan gemeld om
mensen uit het rampgebied op te vangen. Velen gingen naar familie of
kennissen. Anderen kwamen bij vreemden terecht. De administratie van deze
‘volksverhuizing’ was een omvangrijk karwei, de lijsten met gegevens die de
verschillende gemeenten opstuurden naar de plaatsen van herkomst omvatten
honderden pagina’s. De overheid moest weten wie waar woonde en dergelijke.
Tijdens de evacuatie werden
vriendschappen voor het leven gesloten en kwamen verlovingen of huwelijken
tot stand. Het
was niet altijd even aangenaam om
zolang bij iemand anders te moeten wonen. De geëvacueerden werden soms
gebruikt als goedkope arbeidskracht of werden ingezet in
het huishouden. Evacués veranderden nogal eens
van gastgezin. In het voorjaar van 1954 waren ongeveer 5000 mensen nog niet
teruggekeerd. De ramp heeft er ook toe bijgedragen dat mensen gingen
emigreren.