(c) On'wijs 2003

1 februari  het leed  evacuatie   de slachtoffers   kinderen   dieren  schade   koningshuis


 

Hieronder een briefje van een dokterszoon uit Den Bommel. Het gezin was naar Dirksland gevlucht, een dorp dat droog was gebleven. Zijn vader moest terug naar Den Bommel om mensen in te enten tegen de typhus. Hij schrijft over helicoptères, vliegtuigen en de Koningin.
Kleutertekening uit het archief van Zierikzee.
"Hier zit ons op de vliering."
(Hier zitten we op zolder)
Je kunt zien dat ze goed hoog zitten. Veel ruimte hebben ze niet!
Jaap Catshoek 5 jaar
 Proberen je leven te redden door zwemmend een boom vast te grijpen.
Tekening van Cora Kosters
Adrie van Westens 5 jaar tekende een Duck. Dit voertuig kon rijden en varen.
Een helikopter maakte veel indruk. Tekening van Rinus
   
 
Het was zondag 1 februari. Veel mensen slapen dan wat langer. Maar bij ons was dat niet zo. Tegen zes uur werden we geklopt door de buurman. Vader gauw uit bed en  vragen wat er aan de hand was. "Het is allemaal water", zei buurman. Moeder was al eerder gaan kijken, want het woei zo hard! Ze moest even kijken of  er niet wat weg gewaaid was. Maar het was donker, het schuurtje kon ze wel zien, maar het water nog niet. Ze zag wel wat wits, maar kon niet begrijpen, wat dat was.

Wij sliepen beneden en vader maakte ons gauw wakker. "Het is allemaal water", zei hij.  "Ik denk dat de lange dijk doorgebroken is." Gauw gingen we er uit, wilden het licht aandraaien, maar het was er niet. Dan maar met een olielamp, dachten we.

Vader ging gauw kijken waar het water al was. Een geluk was, dat we hoger waren dan de weg en daarom ko
nden we nog wat redden. Eerst gingen we het vee wat in veiligheid brengen. Onze hond, Molly, kon wel boven. Maar het varken natuurlijk niet. Daarom deden we het maar in de konijnenhokken. We hadden er nogal veel en daarom konden de kippen en het varken er wel in. Het dier was nog maar 2 dagen. We hadden het vrijdag pas gekocht en het was dus nog klein. De andere buren hadden ook nog kippen en die deden we ook maar in de hokken.

Toen het huishouden naar de zolder. Dat was maar niet zo gauw gedaan. Tegen tien uur stond het water overal al 5 tot 6 decimeter hoog. Tegen twaalf uur stond het water al meer dan een meter hoog. Maar vader ging er toch door. In het schuurtje stond het water al hoger dan een meter, omdat het wat naar beneden liep. Het schuurtje was helemaal van golfplaten en daar waren de onderste al van weg. De bovenste konijnhokken waren nog niet nat. eerst gingen ongeveer 7 kippen en twee konijnen in een vat. Zo al drijvende kwam het weer aan. Door de deur kon niet meer, maar wel door het raam. Toen het vat weer leeg was, ging hij weer terug. Eerst naar de buren om die te waarschuwen dat ze de kippen moesten komen halen. Toen dat eenmaal klaar was, kwam vader weer binnen. Hij was natuurlijk doornat. Gauw wat schoonondergoed gehaald en verkleed.

De middag was nog niet afgelopen of vader zei: "We zullen maar weg gaan, want ze komen toch niet." Maar dat hebben we toch niet gedaan.

Het was nacht. We gingen naar bed, maar vader bleef op. Het was helemaal niet stil, zoals andere nachten. O, helemaal niet. Het huis stond te schudden en het water steeg al maar hoger. Iedere keer ging vader naar de trap om te zien hoe ver het steeg. Vijf treden, zes treden, verder kwam het niet. Maar toch waren we lang niet gerust. Na een uur daalde het water wat.

Tegen de morgen was het niet zo hoog meer. Maar er was nog niets te zien, alleen maar water, water en nog eens water. Het was net of de wind was gaan liggen, maar dat was toch niet zo.

Toen het middag was, zagen we allemaal masten achter de dijk. Er werd een bootje over de dijk getild, vier mannen stappen er in en zetten zich aan de riemen. Moeder dacht, dat de bakker er aan kwam. Maar bij Hansen zagen we, dat er steeds meer in kwam. We deden alvast de jassen aan en maakten het voer klaar voor het vee. Toen dat klaar was, was het bootje bij het huis gekomen.

"Jassen aan en voorname papieren meenemen". Maar dat hadden we al in een kussensloop gedaan. Toen we in het bootje zaten, gingen we naar de buren. Toen al de buren er in zaten, gingen we naar het schip terug. Dat was maar niet zo gemakkelijk!

We waren bij de dijk gekomen en moesten er uit. Met de andere schepen moesten we naar de haven van Zierikzee. Toen daar waren moesten we naar de Gereformeerde kerk. Daar zijn we tot donderdag 5 februari geweest. Maar het water kwam ook daar. Intussen hadden we gehoord dat de Schelphoekdijk was doorgebroken.

Maar we moesten weg. Allen naar de haven. In een boot met 168 mensen naar een onbekende plaats. We gingen naar Dordt, daarna met bussen via Utrecht, naar Vreeswijk.

 

Adri Wandel

Het was zondagochtend 5 uur toen we geklopt werden. Ik ging gauw uit bed en kleedde me aan. Eerst gingen we alles naar boven brengen, want het water stond al in de tuin.
Mijn vader zei: "De dijk in de Schelphoek is doorgebroken."
Toen hebben we mijn oma geklopt, want die was ook nog niet wakker. Toen die wakker was, kwamen auto's ons halen.
Toen we op Renesse aankwamen was het precies tien uur. Dinsdags zijn we met een boot naar Den Haag gegaan. Later naar Scheveningen.

Adrie Klaasse
Deze verhalen werden  geschreven op de evacuatieschool in Renesse. Op deze school zaten kinderen uit Serooskerke, Ellemeet en Noordwelle. (bron caissonmuseum Ouwerkerk)
Ook nu kun je het enorme gat in de dijk bij Serooskerke nog goed zien.
Op Schouwen bleef het water lang hoog

Evacuatie naar hogere delen van Schouwen