|
Nog voor het
Deltaplan er was, werd in 1954 begonnen aan de bouw van
de Algerakering.
Het moest een stormvloedkering worden met een beweegbare
schuiven,
die de rivier alleen zou afsluiten bij stormvloed. Ook moest er een
schutsluis komen voor de scheepvaart. De plannen hiervoor waren
al in 1952 gemaakt. Om het laagliggende gebied langs de
Hollandse IJssel te beschermen, werden ze snel uitgevoerd.
 |
De
stormvloedkering werd gebouwd bij Krimpen a/d IJssel.
Daar was genoeg ruimte om de kering te bouwen, zonder dat
de scheepvaart stilgelegd hoefde te worden; er varen heel veel schepen over de
Hollandse IJssel.
Door de uiterwaard af te
graven werd de rivier verlegd zodat de schepen door konden blijven varen.
Op de plaats waar de Algerakering gebouwd zou worden,
werd de oude bedding van de rivier met stalen
damwanden afgesloten. Daarna werd al het water tussen de
damwanden weggepompt. Zo ontstond een grote bouwput en
kon de bouw van de kering beginnen. |
| In
de bouwput werden 4 hoge torens gebouwd, waar later de
schuiven in zouden komen te hangen. Omdat de bodem van de IJssel nogal slap is, zou die wegspoelen, als de
schuiven neergelaten zouden worden. Daarom moesten er twee grote
drempels gemaakt worden. Daar kunnen de schuiven veilig
op neergelaten worden. Ook werd een deel van de slappe
bodem vervangen door zand. |
 |
 |
Als alle
onderwater-onderdelen van de kering klaar zijn, wordt er
water in de bouwput gelaten.
De kering is dan nog lang niet af.
Boven in de torens werden grote motoren en gewichten
geplaatst. Die moeten er voor zorgen, dat de schuiven op
en neer gelaten kunnen worden. |
Ondertussen
werden in een fabriek grote schuiven gemaakt. De
schuiven zijn meer dan 80 meter breed en 11 meter hoog.
Als ze klaar zijn, worden ze naar de kering gevaren en
met kranen tussen de torens gehangen.
Daarna werden de
schutsluis en de verkeersbrug gebouwd.
In 1958 werd de Algerakering officieel geopend en was de
Randstad veilig. In
1977 werd de reserveschuif tussen de achterste 2
torens geplaatst. |
 |
|