In het verleden is Nederland vaker
geteisterd door het water. Er zijn ook veel plannen gemaakt om
het land beter te beschermen tegen stormvloeden. De meeste
plannen werden nooit uitgevoerd, omdat ze te duur waren,
technisch onmogelijk, of omdat het oorlogstijd was.
 |
In 1916 werd het gebied
rond de Zuiderzee getroffen door een watersnoodramp. Ingenieur
Cornelis Lely maakt een plan om de Zuiderzee af te
sluiten. Hij wil een 30 kilometerlange dijk maken tussen
de kop van Noord-Holland en Friesland; de Afsluitdijk.
De regering besluit het plan uit te voeren. De
Afsluitdijk werd gebouwd. In 1932 werd het laatste gat
in de dijk gesloten. De Zuiderzee werd het IJsselmeer en
een groot deel van Nederland was beveiligd tegen
stormvloeden. |
Na de afsluiting van de
Zuiderzee kwamen er nog meer plannen om het land te
beschermen. De aandacht richtte zich vooral op het
deltagebied in Zuidwest-Nederland.
Er werden vanaf 1938 veel verschillende plannen gemaakt
door Rijkswaterstaat; de overheidsdienst, die zich met
waterbouw bezig houdt. Er
werden er maar een paar uitgevoerd (afluiting Brielse
Maas bij Brielle, afsluiting Braakman op
Zeeuws-Vlaanderen).
Op 29 januari 1953 kwam Rijkswaterstaat met een plan om
grote delen van de delta af te sluiten met dammen.
Helaas was dat te laat. Drie dagen later werd
Zuidwest-Nederland zwaar getroffen door de
watersnoodramp. |
 |
 |
Na de
watersnoodramp was één ding duidelijk: Dit mocht nooit
meer gebeuren. De regering stelde een commissie samen
van wijze mannen; de Deltacommissie.
Zij gingen onderzoeken hoe Zuidwest-Nederland beter
beschermd kon worden tegen stormvloeden.
De commissie komt al snel met een aantal adviezen. Het
plan van 29 januari 1953 wordt grotendeels overgenomen.
Alleen gaat de Deltacommissie nog iets verder. |
De Deltacommissie
adviseert de regering het volgende te doen:
- Een stormvloedkering bouwen in de Hollandse IJssel.
- Afsluiten van de zeegaten Veerse Gat, Haringvliet,
Brouwershavense Gat en Ooserschelde door middel van
vaste dammen.
- Afsluiten van het Volkerak en de Grevelingen.
- Versterken van de hoogwaterkeringen.
- Het gebied bij de Oude Maas beter beschermen.
- Overige werken uitvoeren, die nodig zijn om de
afsluitingen mogelijk te maken. |

|
 |
In 1958 worden de adviezen
van de Deltacommissie opgeschreven in een wet. De wet
wordt door de Tweede Kamer goedgekeurd.
Ondertussen zijn een groot aantal werkzaamheden al
begonnen. Die konden niet wachten. |
Rijkswaterstaat richt de
Deltadienst op. Deze dienst gaat zich bezig houden met
de uitvoer van de Deltawet. Na een tijdje komt de
Deltadienst met een 'plan van aanpak'. Dit plan wordt
het Deltaplan genoemd.
In het Deltaplan staat beschreven in welke volgorde de
dammen gebouwd zullen worden. Omdat het een moeilijke
klus is, wordt begonnen met de kleine dammen. Van die
kleine dammen kan de Deltadienst leren. Want hoe ze de
grote dammen moeten gaan bouwen weten ze nog niet
helemaal. |
 |
Op dit
kaartje zie je in welke volgorde de Deltadienst van plan
was de Deltawerken te bouwen.
De blauwe dammen zijn de primaire dammen. Zij houden het
zeewater tegen.
De rode dammen zijn de secundaire dammen. Zij zijn een
extra beveiliging en maken het bouwen van de primaire
dammen makkelijker. |
| Er werd snel begonnen met
de bouw van alle Deltawerken. Toch zou niet alles zo
gaan, als de Deltadienst gepland had... |

|