(c) On'wijs 2003

algerakering  zandkreekdam  veerse gatdam  grevelingendam  zeelandbrug  volkerakdam  haringvlietdam  brouwersdam  oosterscheldekering  markiezaatskade  oesterdam  bathse spuisluis  philipsdam  maeslantkering  hartelkering  westerscheldetunnel  overige werken

In het Deltaplan stond, dat het Haringvliet, het Brouwershavense Gat, de Oosterschelde en het Veerse Gat afgesloten zouden worden. De andere zeegaten (Westerschelde en Nieuwe Waterweg) zouden niet worden afgesloten. Door de Westerschelde moeten zeeschepen naar de Antwerpse haven kunnen varen. Door de Nieuwe Waterweg moeten zeeschepen de Rotterdamse haven kunnen bereiken. Daarom werden de gebieden bij deze twee zeegaten beveiligd door hoge, brede dijken. Toen in 1986 de Oosterscheldekering was gebouwd, waren de deltawerken klaar.

Er was nog een probleem in Zuid-Holland. Langs de Nieuwe Waterweg was het moeilijk om een dijk te bouwen. Omdat het gebied aan de Nieuwe Waterweg dichtbevolkt en dichtbebouwd is, was er weinig ruimte voor een dijk. In sommige plaatsen moesten huizen afgebroken worden om de dijk te kunnen bouwen. Hiertegen kwam veel protest.
In de jaren tachtig van de 20e eeuw kwam Rijkswaterstaat erachter, dat de geplande dijk niet hoog genoeg zou zijn. Het bouwen van de dijk zou daarom erg duur worden.

barrier

Rijkswaterstaat liet onderzoeken of het mogelijk was een beweegbare stormvloedkering te maken in de Nieuwe Waterweg. Die moest zo gebouwd worden, dat de haven van Rotterdam bereikbaar zou blijven.
In de rivier de Thames bij Londen (Engeland) was in 1982 al zo'n soortgelijke kering gebouwd. De kering in de Nieuwe Waterweg moest een veel grotere opening hebben, zodat ook zeeschepen naar Rotterdam konden varen.

Na onderzoek bleek, dat zo'n kering een stuk goedkoper was, dan het bouwen van een dijk. En dat het werk veel sneller klaar zou zijn.
In 1987 besliste de Nederlandse regering om een stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg te gaan bouwen.