(c) On'wijs 2003

algerakering  zandkreekdam  veerse gatdam  grevelingendam  zeelandbrug  volkerakdam  haringvlietdam  brouwersdam  oosterscheldekering  markiezaatskade  oesterdam  bathse spuisluis  philipsdam  maeslantkering  hartelkering  westerscheldetunnel  overige werken

De beslissing van de regering om de Oosterschelde niet af te sluiten met een gesloten dam betekende, dat er nog meer Deltawerken gebouwd moesten worden. In 1968 had Nederland met België beloofd, dat er door de bouw van de Oosterscheldedam een getijdenvrije vaarroute tussen Rotterdam en Antwerpen zou ontstaan. Speciaal daarvoor had België (op Nederlands grondgebied) het Schelde-Rijnkanaal laten bouwen. Omdat de gesloten Oosterscheldedam niet gebouwd werd, kon Nederland haar belofte niet nakomen.
Door de bouw van de werkeilanden in de monding van de Oosterschelde en door de dorpels en pijlers van de Oosterscheldekering zou het verschil tussen eb en vloed in de Oosterschelde afnemen. Dat was slecht voor de natuur in de Oosterschelde. Daarom moest de Oosterschelde kleiner gemaakt worden. In een kleinere Oosterschelde te maken, zou het verschil tussen eb en vloed weer groter worden.
Daarom werden de Markiezaatskade, Oesterdam en Philipsdam gebouwd.

De Philipsdam moest gebouwd worden tussen Sint-Philipsland en de Grevelingendam. De dam sloot de Krammer af en is de scheiding tussen zoet en zout water.
Voor de scheepvaart kwam er een groot schutsluizencomplex, de Krammersluizen. Door deze sluizen kunnen schepen vanuit Rotterdam en Moerdijk naar Vlissingen en Terneuzen  varen, zonder over de Noordzee te moeten.