|
De Philipsdam zorgde voor een kleinere Oosterschelde.
Daardoor is er in de Oosterschelde meer verschil tussen eb en vloed. Dat is goed voor
de natuur.
De Philipsdam heeft er samen met de Oesterdam voor gezorgd, dat
er een veilige en getijdenvrije scheepvaartroute tussen
Rotterdam is gekomen.
De verkeersweg over de Philpsdam verbindt
Goeree-Overflakkee/Schouwen-Duiveland met Sint-Philipsland en
West-Brabant.
De Krammersluizen in
de Philipsdam zijn een onderdeel van de scheepvaartroute Rotterdam-Vlissingen.
De sluizen zijn heel slim gemaakt. Ze zorgen ervoor, dat er geen
zout water in het Volkerak komt. En zo min mogelijk zoet water
in de Oosterschelde. De sluis werkt zo slim, omdat zoet water op
zout water kan drijven. Zoet water is namelijk lichter.
Hieronder zie je hoe de sluis werkt.
| . |
= zout water |
| . |
= zoet water |
 |
Oosterschelde
> Krammer (vloed)
Er komt er schip van de Oosterschelde de sluis
ingevaren.
De sluisdeuren gaan dicht. Aan de onderkant van de sluis
wordt het zoute water weggepompt. Aan de bovenkant wordt
zoet water in de sluis gepompt.
Als het zoetwaterniveau in de sluis even hoog is, als in
de Krammer, kan de sluisdeur open.
Het schip is geschut. |
Oosterschelde
> Krammer (eb)
Er komt een schip van de Oosterschelde de sluis
ingevaren. De sluisdeuren gaan dicht. Aan de onderkant
van de sluis wordt het zoute water weggepompt. Aan de
bovenkant wordt zoet water in de sluis gepompt.
Als het zoetwaterniveau in de sluis even hoog is, als in
de Krammer, kan de sluisdeur open.
Het schip is geschut. |
 |
 |
Krammer
> Oosterschelde (vloed)
Er komt een schip van de Krammer de sluis ingevaren.
De sluisdeuren gaan open. Aan de bovenkant van de sluis
wordt zoveel mogelijk zoet water weggepompt. Aan de
onderkant wordt zout water in de sluis gepompt.
Als het waterniveau in de sluis even hoog is, als in de
Oosterschelde, kan de sluisdeur open.
Het schip is geschut.
Er komt een klein beetje zoet water in de Oosterschelde.
|
Krammer >
Oosterschelde (eb)
Er komt een schip van de Krammer de sluis ingevaren.
De sluisdeuren gaan dicht. Aan de bovenkant van de sluis
wordt zoveel mogelijk zoet water weggepompt. Aan de
onderkant wordt zout water in de sluis gepompt.
Als het waterniveau in de sluis even hoog is, als in de
Oosterschelde, kan de sluisdeur open.
Het schip is geschut. Er komt een klein beetje zoet
water in de Oosterschelde. |
 |
|