|
Twee dagen voor de
watersnoodramp presenteerde Rijkswaterstaat een plan voor de
afsluiting van o.a. de Zandkreek, tussen Noord en Zuid-Beveland.
Tijdens de ramp vielen ook op Noord-Beveland veel
slachtoffers. Om Noord- en Zuid-Beveland beter te beveiligen
tegen stormvloeden werden er dammen gebouwd in het Veerse Gat en de Zandkreek.
Voordat de
Deltadienst de grote zeegaten af ging sluiten, wilde ze
'oefenen' met het afsluiten van de kleine zeegaten. Als eerste
was het Veerse Gat aan de beurt. Dat is het kleinste zeegat. Het
ligt tussen Noord-Beveland en Walcheren.
Het Veerse Gat kon niet zomaar afgesloten worden. Aan de andere
kant van Noord-Beveland stond de Zandkreek, via de Oosterschelde
nog in open verbinding met de zee. Zo kon het water bij vloed
toch nog bij het Veerse Gat komen. Bij de bouw zou dat
veel stroming geven, en dat zou de bouw van de Veerse Gatdam erg
moeilijk maken.
Daarom besloot de Deltadienst om eerst de Zandkreekdam te
bouwen.

|