 |
|
|
|
|
|
Eeuwige strijd
In ons land hebben we altijd moeten strijden tegen het
water. Ondanks steeds terugkerende overstromingen hebben we land
op het water veroverd. Als bouwers van dijken en dammen werden
we wereldberoemd. Nederland werd het land achter de dijken.
|
 |
|
|
Keren en beheren
In de 21e eeuw zullen we dijken en duinen moeten blijven
verhogen om het water te kunnen keren. Ook gemalen zullen steeds
krachtiger moeten worden om het overtollige water af te voeren.
Dit komt omdat de zeespiegel blijft stijgen en de lage delen van
Nederland dalen. Ook vanuit het land neemt de druk op de kust
toe. Kustplaatsen groeien hard. Toeristen kijken liefst vanuit
hun hotelkamer op de zee. Op die plaatsen wordt het moeilijker
de duinen of dijken te verzwaren. |
|
|
|
 |
|
Modern dijkbeheer maakt onderscheid tussen
waterkeringen (Bron Waterschap GO) |
|
|
Klimaat en zeespiegel
Door
klimaatsverandering krijgen we in de toekomst te maken met
periodes waarin een tekort of een overvloed aan water is. In
periodes van droogte moeten we proberen water te vast te houden.
Dit kan o.a. door allerlei buffers aan te leggen. Als er een
teveel aan water is moeten we proberen dit water snel af te
voeren of te bergen in overloopgebieden. Bewoners van die
gebieden moeten bij schade een vergoeding krijgen van de
overheid.
Het regenwater heeft in ons land steeds minder uitwegen, omdat
wij alles vol bouwen met huizen, bedrijfsgebouwen en wegen.
Daarom moet het water weer de ruimte krijgen, voordat het water
die ruimte op een ongecontroleerde manier zelf in bezit neemt.
Om dit goed te kunnen regelen is samenwerking met andere landen
van belang.
Door de verandering van het klimaat zullen extreme stormen vaker
voor kunnen komen. Op plaatsen waar de zeewering uit smalle
duinen of dijken bestaat, komt de veiligheid van de gebieden
daarachter in het geding. Voor elk van deze plekken moet worden
nagegaan of aanpassing van de duinen of dijken nodig zal zijn.
|
|
|
|
Ontwikkeling waterstanden
Het waterschap maakt met behulp van speciale cijfers
berekeningen over de stijging van de zeespiegel.
Er word uitgegaan van een gemiddelde stijging en van een
maximale stijging.
Gemiddelde stijging:
Tot het jaar 2050: + 25 cm
Tot het jaar 2100: + 60 cm
Maximale stijging:
Tot het jaar 2050: + 45 cm
Tot het jaar 2100: + 110 cm |
|
|
Het water als een vriend
Water hoort bij het Nederlandse landschap. Het water is niet
alleen een vijand, maar het kan ook een vriend zijn. Steeds
vaker zien we dat de natuur weer een stukje water terugkrijgt.
Het omgekeerde kan ook. Voor de kust ontstaat een voordelta van
zandplaten, hier wordt een bescherming van het land gemaakt en
krijgt de natuur de ruimte. Een delta met zijn vele water is
aantrekkelijk om in te wonen, te werken en te recreëren. Maar
zo’n laaggelegen gebied kent ook risico’s: absolute veiligheid
is niet te garanderen en ook wateroverlast is niet uit te
sluiten. De natte gebieden achter de kust, de zgn. ‘wetlands’,
moeten unieke natuurgebieden worden. |
 |
|
|
|
|
Het waterschap
heeft voor de zeedijk het Flauwe werk bij Ouddorp eens
globaal gekeken wat de gevolgen kunnen zijn voor de hoogte van
de dijk.
Voor de ramp
tot 1953 was de dijk 7,22 meter boven NAP
Verhoging na de ramp 8,50 meter boven NAP
Verhoging in 1984 9,70 meter boven NAP (Dit is de huidige
hoogte)
|
|
Na toekomstige verhogingen in: |
|
|
2050 |
11,2 meter boven NAP |
|
2100 |
12,2 meter boven NAP |
|
2150 |
13,7 meter boven NAP |
|
2200 |
15,7 meter boven NAP |
|
|
|
|
Terug naar eb en vloed?
Twee jaar geleden nam de
Tweede Kamer het besluit om in 2005 de Haringvlietsluizen op een
kier te zetten. Voor de natuur biedt dat direct voordelen, zoals
minder vissterfte bij de sluizen en meer kansen voor trekvissen.
Het op een kier zetten van de sluizen is een eerste stap op weg
naar herstel van de natuur in de Haringvlietdelta. Overgang van
zout naar zoet water en getijdenwerking zijn kenmerkend voor een
natuurlijke delta, die plaats biedt aan verschillende planten-
en dieren. Zalm, roerdomp, zeearend en steur en tal van andere
soorten voelen zich er thuis. Zulke gebieden zijn zeldzaam
geworden in Europa. Na de afsluiting van het Haringvliet
verdween ongeveer 95 procent van het getijdengebied in de regio.
Bijzondere planten en dieren verdwenen.
|
 |
|
Anemoon in
de Oosterschelde
|
|
Waterbeheer in de toekomst
Na de grootscheepse wateroverlast in de stroomgebieden van Rijn
en Maas in 1993 en 1995 is de visie op het Nederlandse
waterbeheer veranderd. De landelijke Commissie Waterbeheer 21e
eeuw stelde vast dat het (eeuwen)oude beleid zijn langste tijd
gehad had. De kern van het toekomstige waterbeleid is een minder
strikte scheiding tussen water en land. Regenwater moet langer
worden vastgehouden op de plaats waar het viel en langs de
rivieren zullen gebieden worden gereserveerd die bij hoge
waterstanden kunnen onderlopen, zodat de waterstijging tijdens
hoge afvoeren beperkt blijft.
Momenteel wordt
nagegaan hoeveel ruimte er voor water moet worden gereserveerd.
Veel speelruimte om met stuwen het wateraanbod in de
verschillende rivierarmen van de Rijn te beïnvloeden is er
niet, want vooral de Lek kan onder de huidige omstandigheden
niet meer water afvoeren. De neiging bestaat dan ook om meer
water af te leiden naar de zuidelijke rivierarmen, waardoor het
zich zal ophopen in het Hollandsch Diep. Verdere afvoer naar zee
kan voor een deel via het Haringvliet, maar bij hoge afvoeren
(en een hoog zeewaterniveau) is die mogelijkheid te beperkt. Op
dat moment rest alleen nog afwatering via de Volkeraksluizen
naar de Zeeuwse Delta. |
|
|
Nat en droog
Nederland
is nog lang niet klaar. Sterker: eigenlijk beginnen we weer van
voren af aan. De beken die eerst waren gekanaliseerd, mogen nu
weer slingeren; de harde walkanten worden glooiend en natuurlijk
gemaakt. Zonder een goed waterbeheer zakken we terug in het
moeras waar we ons na veel moeite hadden uitgegraven. |
|
 |
|
|